Architectonisch hoogstandje met doorgroeimogelijkheden

Architectonisch hoogstandje met doorgroeimogelijkheden

Tegen de horizon van het Zwolse Zwarte Water steken de grillige vormen af van een opmerkelijk bouwwerk. Een architectonisch hoogstandje met doorgroeimogelijkheden.
Wanneer je over het houten vlonder naar de toegangspoort loopt, observeren bewoners van aangrenzende percelen je van een afstandje. Ze zijn de aanloop wel gewend. Want het vier meter hoge onderkomen is nogal een eyecatcher, zo tussen woonwijk en rivier. De muren, het dak, het meubilair en het tuinhekje zijn voortdurend aan verandering onderhevig. En dat is niet omdat projectontwikkelaar Michaël Hylkema de bouw nog niet heeft afgerond. Nee, zijn enorme buitenverblijf van levende wilgen is geen dag hetzelfde. Hij noemt het ‘levend bouwen’.

‘Dat is het mooie’, glundert Michaël. ‘Je kunt steeds je plannen aanpassen. Als het bouwwerk te hoog wordt, kun je de wilgentakken terugvlechten naar onderen, of je kunt ze in een hele nieuwe vorm buigen en het bestaande gebouw uitbreiden.’
In mei 2012 schreef hij zich nietsvermoedend in voor een workshop bij Bob Radstake, één van de grondleggers van de techniek in Nederland. Michaël wist eigenlijk niet wat levend bouwen was, maar het ecologische aspect sprak hem aan. ‘De workshop begon met een presentatie via een beamer. Toen ik de dia’s zag en hoorde wat er allemaal mogelijk was, werd ik helemaal wild. Dit was het. Hier moest ik meer mee.’

Achteraf gezien leek het voorbestemd dat dit op zijn pad zou komen. Na de agrarisch georiënteerde middelbare school De Groene Welle ging hij naar het Cibap om zijn creatieve talenten te ontwikkelen. ‘Ik had op zich wel wat met groen, maar niet met het standaard tuinieren, dus daar ben ik destijds niet in verdergegaan. De organische vormen en mijn drang om de openbare ruimte mooier te maken waren voor mij wel belangrijke raakvlakken tussen de twee opleidingen.’

Zijn schilderijen en beeldhouwwerken vertoonden al snel een duidelijke overeenkomst: een samensmelting van architectuur en natuur. ‘Toen ik jaren geleden mijn schilderij ‘Aspire’ maakte – een sprookjesachtig landschap met een spiraalvormig gebouw middenin – wist ik dat ik dit ooit in het echt zou willen nabouwen. Je kunt je wel voorstellen wat voor gevoel er door me heen ging toen Bob de dia’s liet zien en ik daarin het gebouw van mijn schilderij min of meer herkende.’

Sindsdien is Michaël koortsachtig aan het werk om niet alleen in Overijssel maar ook daarbuiten het landschap te verrijken met zoveel mogelijk levende bouwsels. In Schijndel werkte hij mee aan een bospimpproject voor Staatsbosbeheer, in Zwolle vlocht hij een speeltunnel die ook geschikt is voor mensen in een rolstoel en op twee schoolpleinen creeërde hij een stukje natuureducatie. Levend bouwen vervult daarmee een maatschappelijke functie, maar biedt nog veel meer, zeker als je het op grotere schaal zou toepassen in steden. Michaël somt de voordelen op: ‘Het zorgt voor meer biodiversiteit, waterzuivering en het verbetert de luchtkwaliteit, gaat bodemerosie tegen en is aardbevingbestendig. In de zomer houden bomen je huis koel en in de winter isoleren ze. Bovendien kan een natuurlijke leefomgeving stressverlagend werken.’ En voor de cynici: het is duurzaam en kan goedkoop gemaakt worden.

Daarom is het ook niet vreemd dat het levend bouwen wereldwijd wordt toegepast. De techniek kent meerdere aftakkingen, zoals ‘arborsculpturing’ en ‘living art’ waarbij twijgen vooral in decoratieve vormen worden gedwongen. Daarbij kan de methode van het enten worden ingezet – het aan elkaar laten groeien van twee bomen(rassen) – maar ook door snoeien en het tijdelijk ondersteunen van constructies kun je het proces regisseren. Soms duurt het wel tientallen jaren voordat zo’n kunstwerk zijn definitieve vorm bereikt heeft, terwijl er bij de meer functionele toepassingen binnen een middagje een hele schutting of bankje uit de grond gestampt kan worden.

‘De meeste bouwwerken worden geconstrueerd uit bundels wilgentakken’, legt Michaël uit. ‘Met de grondboor maak je een gat waar je de bundels in stopt. Die kun je dan uitwaaieren tot een schutting, een zitting voor een bankje of een dragende constructie voor een brug.’ En door de verende eigenschappen van de wilgentakken zit zo’n bankje ook nog eens verrassend comfortabel. ‘Het leuke is dat je dit ook met fruitbomen kunt doen, dan heb je dus een eetbare hut, schutting of pergola.’

Hij ziet het al helemaal voor zich, hoe de stad zou kunnen transformeren naar een groen paradijs. De flats vlakbij het Zwarte Water zullen er jaar in jaar uit hetzelfde uitzien; rechte vormen, grijze bakstenen, misschien over vijf jaar nog wat grauwer. Maar de wilgenhut, die steeds groter en sterker wordt, blijft de fantasie prikkelen met z’n organische vormen en onvoorspelbare mogelijkheden.